Nieuws

Sectorprognose ABN AMRO: “Veerkracht bedrijven bepaalt coronaherstel”

| Financieel | Duinweide

Het gehele rapport van de sectorprognoses van ABN AMRO, per sector uitgesplitst inclusief de bijbehorende tabellen en grafieken kunt u terugvinden op de website van ABN AMRO of via de volgende rechtstreekse link:  'Veerkracht bedrijven bepaalt coronaherstel'.

Veerkracht bedrijven bepaalt coronaherstel

Minister-president Mark Rutte noemde het woord een paar keer in zijn laatste persconferentie: ‘veerkracht’. Nu het land, en daarmee veel ondernemers, opnieuw een lockdown te verduren krijgt, is flexibiliteit nodig om zo snel mogelijk weer te kunnen terugveren en verder te gaan, was de boodschap. Ondernemers met een lage kostenbasis, financiële buffers, operationele flexibiliteit en een goed zicht op wat na deze crisis komen gaat, zijn in staat die veerkracht te tonen, zelfs tijdens Covid-19. In enkele sectoren lijkt dit goed te lukken, andere worden keihard getroffen door de maatregelen.

Bij directeur Elske Doets van reisbureau Doets Reizen ligt al zeven maanden het normale werk stil, en het ziet er niet naar uit dat daar op korte termijn verandering in komt. Toch houdt zij zich niet bezig met code oranje of code rood in de vakantielanden. Vanaf het begin van de corona-uitbraak is Doets haar bedrijf aan het hervormen, zodat ze quitte speelt als ze volgend jaar een derde van de reizen uitvoert. ‘Ik wil beweging creëren, maar dan op een andere manier’, zei Doets in Het Financieele Dagblad. Zoals Doets zijn er meer. Neem DSM en VDL, bedrijven die een joint venture startten voor de productie van beschermingsmiddelen in de zorg, zoals mondmaskers. Een horecaondernemer in Hengelo zette twee snelteststraten op en drukkerij Koopmans reageerde op de uitbraak door desinfectiezuilen en schermen te verkopen die in openbare ruimtes kunnen worden geplaatst. Uitzendbureaus die hun horecamedewerkers niet meer aan het werk konden krijgen, plaatsen hen bij distributiecentra van supermarktketens en in de ouderenzorg.

All weather companies
Dit zijn de zogeheten ‘all weather companies’, bedrijven die bij elk onvoorziene omstandigheid functioneren. De ene keer snijden ze in hun kosten, de andere keer komen ze met een compleet nieuw verdienmodel en een totaal andere inkomstenstroom. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze de crisis weten te doorstaan en de kracht hebben om weer terug te veren. Dergelijke veerkrachtige bedrijven zijn in de minderheid, zo blijkt onder meer uit onderzoek van adviesbureau Boston Consulting Group (BCG). Reageren op het moment waarop het gevaar vlakbij is, is voor veel bedrijven lastig. BCG deed een steekproef in de Verenigde Staten en constateerde dat van de honderd multinationals slechts tien over de mogelijkheid van een wereldwijde pandemie spraken vlak voordat de hele wereld in navolging van China op slot ging. Voor de overige bedrijven kwamen de mondiale gevolgen van het virus dus mogelijk als een verassing. Nu blijft het lastig de toekomst te voorspellen. Daarnaast is het de vraag of die tien wakkere bedrijven doeltreffend hebben gereageerd op de pandemie, want een groot bedrijf gooit het roer niet zomaar om. Maar wie sneller weet wat er gaat veranderen, kan de schade beperken of andere inkomstenbronnen aanboren, zoals de hiervoor genoemde Nederlandse bedrijven hebben gedaan.

Lik verf
Desondanks wachten ook veel bedrijven af en hopen op betere tijden. Zo werd tijdens de eerste beperkende maatregelen het vacuüm aangegrepen om her en der onderhoud te plegen; restaurants kregen een nieuwe lik verf en machines werden opgeknapt. Kennelijk werd ervan uitgegaan dat corona iets was wat je kon uitzitten, en eerlijk gezegd was daar ook veel onduidelijkheid over. Het besef dat sommige zaken niet meer werden als voorheen, dat het klantgedrag na zoveel maanden in en om het huis leven rigoureus is veranderd, daalde pas later in. Nu, na ruim negen maanden, nemen de voorbeelden toe van bedrijven die hun kantoor sluiten om de kosten te drukken. Ook komen er berichten van bedrijven die overschakelen van producten waar nauwelijks nog vraag naar is; voedingsmiddelen voor onderweg maken bijvoorbeeld plaats voor producten die vooral thuis worden geconsumeerd. De kans is groot dat mensen blijvend minder reizen en thuiswerken wanneer het virus eenmaal onder controle is. Het leven en het daarbij behorende consumentengedrag zoals het voor de uitbraak was, komt daarmee niet meer terug. Ook daarop wordt geanticipeerd. Het sentiment is inmiddels positiever sinds er zicht is op een werkend vaccin. Zo is de vraag naar machines in november sterk aangetrokken en wordt in de industrie al gerekend op een krachtig herstel in 2021. Sommige bedrijven anticiperen daar al op door weer personeel aan te nemen. Ook het internationale goederenvervoer is opgeveerd. De sierteeltsector profiteert van de toegenomen onlineverkoop en in de bouw wordt gereageerd op de stikstofcrisis die zich al voor de Covid-crisis ontwaarde. Bouwbedrijf Plegt-Vos start bijvoorbeeld een gerobotiseerde fabriek die kant-en-klare duurzame woningen bouwt om zo de stikstofuitstoot van de bouwplaats te weren.

In deze prognoses wordt verondersteld dat de beperkingen nog anderhalf jaar voortduren voordat de economie volledig is heropend. Daarom is het nog altijd noodzakelijk om eens goed naar het bedrijfsmodel te kijken en te bepalen of dit nog houdbaar is. Dat kan het verschil maken tussen de bedrijven die deze crisis overleven en weer kunnen terugveren naar of boven het niveau van voor de crisis en de bedrijven die het niet gaan redden. Uiteraard zijn er altijd bedrijven die ‘domme pech’ hebben en terecht zijn gekomen in een gedwongen sluiting zonder direct de middelen en mensen te hebben om daar handig op in te spelen.

Dit gezegd hebbende zijn er grofweg drie soorten bedrijven. Bedrijven die niet meer terugveren, bedrijven die deels terugveren en bedrijven die volledig terugveren. Tot welke categorie een bedrijf hoort, is onder meer afhankelijk van de kostenstructuur. Wie hoge vaste lasten heeft en bijvoorbeeld een duur kantoorpand met bijbehorende lasten, afnemingsverplichtingen is aangegaan of onlangs aangeschafte machines moet financieren, redt het niet met alleen de inkomenssteun voor het personeel die de overheid biedt. Wie lage vaste lasten heeft, maakt meer kans en kan het langer uitzitten. De vraag daarbij is of het verdienmodel nog robuust genoeg is om ook na de crisis te kunnen bestaan of dat eerder moet worden ingegrepen.

De industrie merkt als geen andere sector dat de bedrijfsinvesteringen achterblijven en loopt risico wanneer eenvoudig wordt afgewacht tot betere tijden aanbreken. In september lag de productie van de machinebouw 20 procent lager dan het jaar daarvoor. De agrarische- en de voedingssector speelt her en der al in op het veranderende consumentengedrag. Zo zag de sierteelt de verkoop verschuiven van kantoren en restaurants naar de mensen thuis. Online verdubbelde de verkoop zelfs. In de voedingssector nemen de maaltijdboxen voor thuisgebruik toe en worden minder to-go-producten verkocht. In de bouw worden er nog altijd vergunningen afgegeven voor de woningbouw, maar nemen die af voor de utiliteitsbouw.

Nieuwe schokken

In deze publicatie wordt dieper ingegaan op veranderingen en de veerkracht binnen de sectoren. Daarin komt naar voren dat bedrijven die beschikken over een lage kostenbasis, financiële buffers en operationele flexibiliteit, wendbaarder zullen zijn en sneller op het niveau van voor de Covid-crisis kunnen komen. Zo hebben de grotere kantoren in de zakelijke dienstverlening in de kosten gesneden en partneruitkeringen ingehouden. In de mediasector zijn samenwerkingen opgezocht en winkeliers introduceerden ‘winkelen-op-afspraak’ om de klant toch de aandacht te kunnen geven die het nodig heeft en daarmee de binding te vergroten.

"De enige zekerheid is dat na Covid-19 een nieuwe crisis komt"

Een veerkrachtige aanpak blijft van belang, ook voor de toekomst. De enige zekerheid is namelijk dat na Covid-19 een nieuwe crisis komt. Denk alleen maar aan de klimaatverandering die eveneens tot omvangrijke maatschappelijke, economische en sociale veranderingen leidt. Niet voor niets definieert het Amerikaanse magazine Forbes de term ‘business resilience’ als ‘The Next Leadership’. Dit geldt zowel voor grote, voor middelgrote als voor kleine bedrijven.

De leider die op business resilience stuurt, let onder meer op de variëteit in het verdienmodel. Zo wordt de spreiding gecreëerd die nodig is zodra een deel van de inkomsten tijdelijk wegvallen. Hetzelfde geldt voor de dynamiek in de bedrijfskolom. Wie samenwerkt met verschillende partners in verschillende landen, is minder vatbaar voor wereldwijde schokken. Tegelijkertijd kan een pijplijn aan innovaties bijdragen aan een divers productenpallet. De bedrijven die een systeem optuigen dat tijdig waarschuwingssignalen afgeeft, zijn beter voorbereid en kunnen zich aanpassen. Denk aan een algoritme dat de social media feeds scant op onderwerpen waarover in de samenleving het meest wordt gesproken.

Reisondernemer Doets kijkt alvast vooruit naar de gevolgen van de klimaatverandering, zo zegt zij in Het Financieele Dagblad, en stelt het massatoerisme ter discussie. Zij vraagt zich met de kennis van de huidige crisis in gedachten af of de manier waarop we de afgelopen jaren hebben gereisd nog wel samengaat met een gezond klimaat. Dit is een gevoelige kwestie in haar sector. Toch begint ze erover, beter nu dan te laat te zijn en opeens worden overvallen door noodzakelijk te nemen maatregelen.

Artikel/Bron: ABN AMRO - Sectorprognoses 17 december 2020
Door: Franka Rolvink Couzy, Nadia Menkveld, Madeline Buijs, Ingrid Laane, Abert Jan Swart, Gerarda Westerhuis


De AFM heeft op 19 juli 2013 aan Duinweide Investeringen NV een vergunning verleend voor het beheren van beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, sub a van de Wft.
© 2021 Duinweide Investeringen NV - Website door Zencule

Deze website maakt gebruikt van cookies. Voor meer informatie over het gebruik van onze cookies verwijzen wij u door naar ons Privacy statement.